Gezichtsherkenning is de volgende biometrische techniek die aan bod komt, waar extreem veel over te vertellen valt. De techniek wordt gebruikt om mensen te herkennen en/of te identificeren door middel van de opbouw van hun gezicht. Het is een beetje de technische variant van herkenning zoals mensen dat met hun zintuigen doen.
Bij gezichtsherkenning worden kenmerken van iemands gezicht en de opbouw ervan vastgelegd en opgeslagen. Dit zorgt ervoor dat je kan worden gecontroleerd of het gezicht van een persoon overeenkomt met de eerder opgeslagen gegevens. Bijvoorbeeld bij het ontgrendelen van een telefoon zoals men dat nu doet. De meeste systemen kijken naar bijvoorbeeld verhoudingen en afstanden tussen onderdelen van het gezicht: de ogen, neus, mond en oren zijn de lichaamsdelen waar vaak naar gekeken wordt. Sommige technieken maken zelfs gebruik van het temperatuurpatroon van het gezicht. Zo’n patroon ontstaat door de bloedsomloop en is bij iedereen verschillend.
Het is nog veel in ontwikkeling en wordt steeds nauwkeuriger, maar gezichtsherkenning wordt alledaags veel gebruikt. Sinds 2021 zijn de systemen zelfs nog beter geworden dan dat mensen kunnen herkennen onderling. Tijdens coronatijd is de techniek ook door veel bedrijven en wetenschappers beter gemaakt. Toen was er natuurlijk heel veel vrije tijd voor mensen en door bijvoorbeeld de mondkapjes die we toen op moesten is gezichtsherkenning erg verbeterd op het gebied van het boven gezicht, omdat dat toen belangrijk was.
Gezichtsherkenningssystemen worden steeds vaker gebruikt om te helpen in situaties waarin het nodig is om personen snel en betrouwbaar te herkennen en identificeren. Een voorbeeld hiervan is om te helpen bij juridische problemen. Het is dan niet zo betrouwbaar als de vingerafdruk, omdat die nog moeilijker is na te maken en ook omdat je niet zo makkelijk een foto van iemands vinger online vindt. Nog iets anders is het moeilijk genoemde multifactoriële-authenticatie, waarbij gezichtsherkenning wordt gecombineerd met ook nog andere vormen van beveiliging. Dit zijn onderwerpen als een identiteitskaart of een pincode. Ook wordt het toegepast wanneer het nauwkeurigheid of efficiëntie moet zijn dan met alleen menselijke waarneming. Het beste resultaat wordt meestal bereikt wanneer mens en technologie samenwerken. Dit is erg belangrijk bij rechterlijke zaken en bijvoorbeeld van het hulp geven aan een persoon voor bijvoorbeeld zijn of haar Dig-id. Ook toegangscontrole tot gebouwen of digitale systemen dat vroeger met een druppel of een code werd gedaan, is veiliger met de face-id.
Het proces van identificeren volgens die systemen verloopt eigenlijk in een aantal stappen. Eerst maakt een computer met behulp van sensoren en camera’s een soort opname van het gezicht van een persoon. Vervolgens wordt het gezicht in zo’n afbeelding opgespoord en koppelt het alle lichaamsdelen aan wat bij de betreffende informatie hoort. Daarna worden specifieke kenmerken uit het gezicht gehaald. Onder andere: de afstand tussen de ogen of de positie van de mond ten opzichte van de neus. Soms wordt de informatie gekoppeld aan gegevens, zoals bij je Dig-id.
De grote van de database is ook belangrijk voor de nauwkeurigheid. Bij toegangscontrole met een kleine groep opgeslagen mensen is de kans op een juiste match groot. Bij toepassingen zoals grensbewaking of het opsporen van verdachten, worden extreem grote databanken gebruikt. Dan is de kans groter dat meerdere personen op elkaar lijken. Oftewel lookalikes.